juli 24, 2017

Op bezoek bij Pater Kristiaan – PAUS van de kermis

Pater Kristiaan – PAUS van de kermis


De bedoeling was om een “Bezoek bij” te maken met Pater Kristiaan, maar hij wou absoluut zelf bij ons komen om zijn verhaal te doen.
En dit gebeurde dan op 2 december 2015 te Roeselare.

Pater Kristiaan is geboren te Booischot op 21 augustus 1929 onder de naam Georges Van Der Linden, als zoon van Melanie Diels en Fons Van Der Linden. Het gezin telde nog twee broers (Marc en André) en één zus. André werd eveneens pater (Pater Frank) te Izegem, maar is intussen overleden in 2009.

Kristiaan is gekend en bemind door ontelbare foorreizigers, circusmensen en zigeuners. Hij is een pater zonder parochie en zonder kerk, maar met méér gelovigen en volgelingen dan éénder welke parochiepriester.
Pater Kristiaan heeft meerdere roepnamen, Kris, Jos van de garde (zijn pa was immers “gendarme”), Pere en Moeze.

Na een korte periode school te hebben gelopen in Booischot verhuisd het gezin naar Wiekevorst, waar vader, garde Fons, toen eveneens als plaatsmeester optrad voor de forains, zowel in Booischot als in Wiekevorst. Daarna loopt Georges school in het college van Lommel en Aalst, op internaat. Op zijn twintigste wil hij met zijn vriend naar Pakistan op missie, maar daarvoor moet hij toetreden tot een orde en dat waren de kapucijnen. Zodoende trekt hij in 1949 naar Edingen in het klooster voor zijn noviciaat. Hij volgt drie jaar filosofie in Brugge, is twee jaar soldaat en volgt twee jaren theologie in Izegem.
In 1956 wordt hij priester gewijd, te Izegem. Maar zijn droom om naar Pakistan te vertrekken gaat niet door. Hij wordt zwaar ziek (TBC), maar geneest. In 1959 gaat hij naar het klooster in Herentals. Hij doet nogmaals zijn aanvraag voor Pakistan, maar zijn overste stuurt hem een brief met een nieuwe missie: zich ontfermen over de kermis, woonwagenmensen, circus en zigeuners. Iedere provincie kreeg zijn eigen pater, maar eind 1966 is Kristiaan verantwoordelijk voor gans België. En zo begint zijn grote avontuur. In 1964 wordt hij aangesteld als Nationaal Aalmoezenier van circusmensen, forains en voyageurs.

De eerste kermis die hij bezoekt is Lier. Gedurende drie jaar rijdt hij met zijn fiets naar de kermissen van Herentals, Turnhout, Mol, Geel, Lier, Hoogstraten en omliggende, soms tot 80 kilometer per dag. Toen was zijn voornaamste taak de foorreizigers helpen met hun administratie, zoals aanvragen voor kinderbijslag, papieren van de RMZ bijhouden, belastingaangiftes invullen en betalingen opvolgen. Soms gebeurde het dat Kristiaan de eerste betaling zelf deed, maar de tweede moesten ze zelf betalen. Zo had hij méér dan 80 dossiers opgesteld voor de foorkramers. Na de fiets doet hij zijn bezoeken met een brommer, die meer in panne valt dan mogelijk en enorm veel benzine verstookt. Daarna krijgt hij van een kozijn zijn oude moto, waarmee hij tevens het kampvervoer voor de scouts doet, want Kristiaan houdt zich ook bezig met de scoutsverenigingen van Lille en Herentals die hem tot op heden nog steeds bijstaan, laatst nog met zijn verhuis van zijn boerderijtje naar het nieuwe klooster/rusthuis in 2012. Na 3 zware moto’s te hebben versleten krijgt hij in 1967 zijn eerste autootje, een BMW van 700cc. Volgens Kristiaan is hij aan zijn 13de of 14de auto toe en heeft hij al bijna drie miljoen kilometers afgelegd.

De pater heeft een overvolle agenda en kan dan ook niemand iets weigeren.

Pater Kristiaan gaat vooral vóór in vieringen. Vele foorreizigers heeft hij gedoopt, de plechtige communie en het vormsel toegediend, hun huwelijk ingezegend, hun kinderen gedoopt en jammer genoeg ook soms hun begrafenismis opgedragen. Zo heeft hij de kindjes van Circus Ronaldo en de jongste dochter van Rose-Marie Malter gedoopt.
Doch niet alleen kinderen worden gedoopt of gewijd, ook Reus “Parapluke” ter ere van de familie Severs te Halle en ook nieuwe kermisattracties worden door Kristaan gewijd. Ieder jaar zijn er twee missen voor de communicanten, één te Gent en één te Herentals en sinds 1981 mag hij hen ook het vormsel toedienen. Er worden missen opgedragen op autoscooters en vroeger hadden we de Kerstmisviering in circus Rose-Marie Malter te Gent of te Antwerpen al naargelang. Ook aan de jaarlijkse bedevaart in Scherpenheuvel, die reeds 48 jaar plaats heeft, houdt hij mooie herinneringen over. Alleen jammer dat er de laatste jaren minder en minder mensen aanwezig zijn, zoals in alle kerken, volgens Kristiaan een onomkeerbaar feit en een spijtige vaststelling. Naast al die kerkelijke rituelen bezoekt hij vele zieke forains of oud-forains om nog eens over de goeie oude tijd te praten en hen moed in te spreken of hij komt eens langs op een vergadering van een foorreizigersbond. Kortom waar een kermis of circus staat kom je die sympathieke “Paterskop” wel eens tegen.

Op 22 juni 2011 is Kristiaan dan ook gehuldigd tijdens de Sinksenfoor te Antwerpen waar hij een “Gouden Pony” ontvangt, uit handen van Jany de Vries (secretaris van de “Europäische Schausteller Union”), voor zijn jarenlange volharding en inzet.

Maar zijn bezoeken aan de verschillende pausen zijn voor hem echt speciale gelegenheden. Minstens tien keer is hij naar het Vaticaan gereisd om er de Paus te ontmoeten. Zijn eerste bezoek was in 1965 met Paulus 6, zijn laatste in 2015 met Franciscus 2. Een anekdote van één van zijn eerste bezoeken:

We reden jaren geleden met 17 caravans naar Rome, 1.800 km ver. Meerderen hadden geen rijbewijs of verzekering en geld hadden ze ook niet bij, of te weinig. Aan de eerste péage in Frankrijk was het al van dat, ja maar wij hebben geen Franse franken, de pater gaat wel betalen, in Zwitserland geen Zwitserse franken en éénmaal in Italië kon ik mijn Lires wel bovenhalen. Nu we zijn goed en wel heen en terug kunnen keren. Dat waren nog eens tijden.

Om de vier jaar is er een congres in Rome voor alle aalmoezeniers met afgevaardigden uit de circus- en kermiswereld waar Kristiaan steeds verlangend naar uitkijkt.

Kristiaan heeft zo zijn visie over de toekomst van de kermis. Hij is vooral blij met de vooruitgang die de foorreizigers in al die jaren hebben geboekt. Ze zijn meer zelfstandiger geworden en nemen zelf initiatief. Tijdens de winterperiode gaan er ook velen voor enkele weken of maanden werken in een fabriek anders hebben ze geen inkomsten. Ze hebben zich aangepast met de hedendaagse communicatiemiddelen en gebruiken ze alom. Ze hebben meer verantwoordelijkheidsgevoel. Hij vindt dat de jeugd actiever is op hun vlak en dat ze zich vooral moeten toeleggen op hun studies en die voltooien.

Over een opvolger heeft hij zijn twijfels, Pater Etienne (inmiddels ook al 70) lijkt hem de meest geschikte persoon, maar die heeft ook zijn taken in het rusthuis waaraan hij verbonden is. Intussen blijft Pater Kristiaan maar van de ene kant van België naar de andere kant crossen om zijn schapen te bezoeken.

Tijdens ons méér dan drie uur durende babbel vertelde Kristiaan meerdere anekdotes. Het is een onbegonnen werk om die hier allemaal te plaatsen, maar deze willen we toch delen:

Ik ben eens ene keer zat geweest, in ’44, bij het terugtrekken van den Duits. De generale staf zat bij ons op de boerderij. Twee generaals kwamen binnen met 24 flessen cognac. Ze moesten alle cognacglazen hebben en wij hadden enkel bierglazen. Tante Plien moest meedrinken en die zei “ menneke, blijf hier hé, wie weet wat gaan die uitsteken”. Ze goten voor haar een bierglas vol, tante Plien deed alsof ze dronk en zette het glas op tafel. Ik pakte dat glas, goot dat snel binnen en plaatste het terug. De Duitsers dachten die Plien gaan we eens goed zat maken en ze vulden een nieuw glas. De vierde keer heb ik het glas zelf uitgestoken om te laten vullen. Daarna wist ik van niks meer. Het heeft jaren geduurd vooraleer ik het woord “cognac” terug kon horen.

Het bruisende levensverhaal van Pater Kristiaan is in feite materiaal om een boek over te schrijven of een langspeelfilm te maken. Hopelijk zijn we erin geslaagd met dit artikel een korte beschrijving van zijn leven te benaderen.

We danken Kristiaan van harte voor zijn medewerking en wensen hem nog veel kermis- en circusplezier. Bedankt Pater en we eindigen met jouw levensspreuk:
WIJ ZULLEN DOORGAAN, ZELF MET GROTE TEGENSLAGEN

WIJ ZULLEN DOORGAAN, ZELF MET GROTE TEGENSLAGEN

Related posts